Wat is een Mission Kid en wat is een Third Culture Kid?

Mission Kids (MK’s)

Een MK is een Mission Kid of kind van zendingswerkers. Hiermee bedoelen we iemand die als kind is opgegroeid in het buitenland, omdat zijn ouders daar zendelingen waren.

Third Culture Kids (TCK’s)

Mission Kids zijn deel van een grotere groep TCK’s. Een TCK (Third Culture Kid) of derde-cultuur-kind is een persoon die een belangrijk deel van zijn jeugd heeft doorgebracht in een andere cultuur dan die van zijn ouders, zodat elementen van zowel de gastcultuur als de cultuur van de ouders zijn geïntegreerd tot een derde cultuur.

Niet alle TCK’s zijn MK’s, maar bijna alle MK’s zijn ook TCK’s. Een kind wordt beïnvloed door wat het meemaakt, door de cultuur waar het opgroeit. Een TCK heeft niet alleen te maken met de cultuur van de ouders en van het land waar het woont, maar ook met de cultuur en taal van collega’s van de ouders en eventueel een internationale school.

Afscheid nemen

Een TCK verhuist vaak of anderen om hem heen verhuizen. Er worden hechte vriendschappen gevormd met kinderen van collega’s of lokale kinderen. Maar aan de andere kant moeten die ook steeds weer losgelaten worden. Vooral kinderen op kostscholen hebben hiermee te maken. Wisselende leerkrachten, huisouders en mede-MK’s. Het rouwproces, in verschillende fases, is de constante metgezel van een TCK. De ouders en broers en zussen zijn vaak de enige mensen met wie de TCK een continue relatie heeft, als zij van de ene naar de andere plaats verhuizen.

Het kind gaat door heel wat veranderingen heen en heeft soms hulp nodig om dit goed te verwerken. Als dat niet gebeurt, komen er problemen bij de volgende verandering.
Omdat TCK’s gewend zijn aan veel verhuizen, kunnen ze het moeilijk vinden om later op één plaats te settelen, om ergens langer dan 2 of 3 jaar te blijven. Ze zijn en blijven onrustig en slepen soms hun gezin hierin mee. Dit wordt ook wel ‘itchy feet’ genoemd.

Waar is thuis?

Een vraag die een TCK zichzelf vaak stelt is: waar is thuis? Thuis is altijd ergens anders. Daarom is dit voor veel  TCK’s een moeilijke vraag. Omdat ze vaak verhuizen, is ‘thuis’ voor hen meestal niet een geografische plaats, maar meer een relatie: thuis is waar ze wonen, of waar hun ouders wonen. De TCK heeft vaak een gevoel van ertussen te hangen, omdat hij een mix is van twee culturen. TCK’s zijn beïnvloed door beide en kunnen zich met allebei identificeren, maar hebben toch niet het gevoel erbij te horen. Ze voelen zich vaak tegelijkertijd overal thuis en nergens. Een 12-jarige TCK zei eens: “Ik word altijd als een vreemdeling gezien, waar ik ook woon.”
Ouders zijn ooit zendeling-af, maar TCK’s blijven altijd TCK’s, hun leven lang. Ze worden ook wel ‘verborgen immigranten’ genoemd, ze zien er hetzelfde uit als hun leeftijdsgenoten in het paspoortland, maar toch hebben ze een heel andere achtergrond. Iedereen verwacht van hen dat ze net zo zijn als ieder ander, maar dat is niet zo, ze beleven dingen anders en zien dingen anders.

Wie ben ik?

Onze identiteit wordt voor een deel gevormd door onze taal en cultuur. Veel TCK’s worstelen met de vraag wie ze zijn, omdat ze zich verwant voelen met verschillende culturen en de daarbij behorende normen en waarden. Veel MK’s worstelen met de vraag wie ze zijn, omdat ze steeds veel verschillende culturen en de daarbij behorende normen en waarden om zich heen zien. Het volgende stukje van een MK is hiervan een voorbeeld.

Wie ben ik?
“Toen ik jong was vroegen volwassenen mij wat ik later wilde worden.
Maar er kwam een tijd dat wat ik wilde worden niet zo belangrijk was, maar wel de vraag: wie ben ik.
Iedereen vraagt zich af wie hij is en MK’s zijn daar geen uitzondering op.
Wie ben ik? Ik ben een combinatie van twee culturen. Ik ben geen van beide en allebei.
Ik ben dat kind dat een woedeaanval krijgt, omdat het absoluut geen inheemse kleren wil dragen in de kerk van haar ouders.
Ik ben de zevenjarige die niet kan wachten om naar kostschool te gaan. En ik ben de zevenjarige die  zichzelf in slaap huilt in de eerste twee weken op school.

Ik ben degene die klaagt dat we zo vaak pindasoep eten en ik ben degene die mama vraagt om het  alsjeblieft weer een keer te maken, vanwege die goeie ouwe tijd.
Ik ben degene die zich verschrikkelijke zorgen maakt of ik er wel bij hoor en ik ben degene die haar inheemse kleed zo vaak mogelijk op de universiteit draagt en het niet kan schelen wat anderen ervan vinden.
Ik ben degene die onder heel strenge schoolregels heeft geleefd en die terugkeert naar Groot-Brittannië en zich afvraagt wat mijn echte waarden zijn.
Ik ben degene die door sommigen in de kerk als een heilige wordt beschouwd en om wie anderen lachen of met wie ze medelijden hebben.

Ik ben degene die de halve wereld over is gereisd voordat ik vier was, maar ook degene zonder vast adres.
Ik ben degene die belooft te schrijven, maar het nooit doet, omdat het te pijnlijk is om de realiteit van het van elkaar gescheiden zijn onder ogen te zien.
Ik ben degene die duiveldansers gezien heeft en op popconcerten is geweest.
Ik ben degene die wereldzending kent en begrijpt en degene die het soms moeilijk vindt om te bidden.
Ik ben degene die geleerd heeft in een politiek instabiel land te leven en degene die geduldig wacht bij de telefoon op nieuws dat alles veilig is. Ik ben degene die slechts drie maanden per jaar thuis was.

Toch weet ik absoluut zeker dat mijn ouders de allerbeste in de hele wereld zijn.
Ik ben degene die twee talen vloeiend kan spreken, maar geen van beide kan spellen.
Ik ben degene die een Franse bijbel leest tijdens mijn stille tijd.
Ik ben degene die duizend maskers draagt, een voor elke dag en tijdstip.
Ik ben degene die geleerd heeft alles te zijn wat men verwacht van mij, maar nog steeds niet zeker weet wie ik eigenlijk ben.
Ik ben degene die naar de universiteit gaat en zich afvraagt of daar nog een andere MK zal zijn, iemand die me zal begrijpen.
Ik ben degene die lacht en huilt, zingt en bidt, boos wordt en twijfels heeft, bang is en vragen stelt, verwacht en ontvangt, hoopt en droomt.
Ik ben een MK en daar ben ik blij mee.”
Anoniem
(bron: ‘TCK Education and Welfare’, Steve and Gill Bryant, editie 2010, blz 21-22)

Terugkeer of re-entry

De moeilijkste periode voor een TCK is meestal als hij of zij terugkeert naar het land van oorsprong, ook wel het ‘paspoortland’ genoemd. De kinderen zijn gewend in het nieuwe land en voelen zich daar thuis. Als het gezin na een tijd op verlof komt of definitief teruggaat naar Nederland, gaan de kinderen naar een voor hen onbekend land, dus het is voor hen geen ‘terugkeer’. Ouders beleven teruggaan naar hun thuisland vaak anders dan hun kinderen. Zij gaan naar huis, terwijl de kinderen hun ‘thuis’ achterlaten en naar een voor hen nieuwe cultuur gaan, die vreemd voor hen is.

Dit is vooral moeilijk als de ouders nog op het veld zijn en als het kind in de puberteit is. De hele identiteit, normen en waarden vallen weg en ze voelen zich een vreemdeling in eigen land. Maar omdat ze er niet vreemd uitzien, worden ze wel verondersteld alles te weten. Dit kan hen onzeker maken.
Allerlei zaken kunnen nieuw en schokkend zijn, zoals de Nederlandse directheid in communicatie, langskomen alleen op afspraak, christenen die roken en drinken, pinpas, spotify, en OV-chipkaart. Begeleiding bij terugkeer moet dan ook niet alleen gericht zijn op ouders en hun kinderen, maar ook op scholen en klasgenoten in Nederland, zodat zij TCK’s kunnen opvangen in deze onzekere periode.

Positieve en negatieve kanten

Als je TCK’s vraagt of zij liever altijd in Nederland hadden gewoond, zullen ze zelden ja zeggen. Ze zouden het leven dat ze hebben geleid niet willen inruilen. Want TCK zijn heeft voordelen:
–    Ze zijn meestal  twee- of meertalig
–    Ze zijn goed in interculturele communicatie en zijn geduldiger met vreemdelingen in hun paspoort- of thuisland.
–    Ze hebben een bredere kijk op de wereld. Als ze iets zien op journaal of lezen in de krant, herkennen ze vaak de situaties.
–    Ze hebben vaak heel hechte vriendschappen gemaakt in het buitenland. Dit geeft pijn bij het afscheid nemen en gevoelens van rouw, maar het zijn ook kostbare herinneringen aan mensen die zo speciaal waren.
Tegenwoordig houden deze vriendschappen vaak hun hele leven stand, omdat ze makkelijk contact kunnen
houden via sociale media.

Uitdagingen van TCK’s zijn:

–    Ze voelen zich nergens echt thuis en kunnen moeilijk settelen.
–    Het vele afscheid nemen kan leiden tot een zelfbeschermingstrategie, zoals niet snel nieuwe vriendschappen aangaan of vriendschappen te vroeg loslaten of vastklampen aan vriendschappen ver weg, ten koste van vriendschappen dichtbij.
–    Omdat ze de ‘regels’ van hun nieuwe omgeving niet kennen, kunnen ze een buitenbeentje worden of een kameleon, die zich zo snel mogelijk aanpast en de verschillen ontkent.
–    Het verschil tussen een van de rijksten zijn in het gastland en het niet zo breed hebben in NL kan een moeilijke overgang zijn.
–    Vanwege hun brede ervaringen kunnen ze arrogant overkomen of zijn en zich boven gewone mensen of gewone christenen hier voelen staan.
–    Ze kunnen hun moedertaal wel spreken, maar niet spellen.
–    Ze kunnen zich slachtoffer voelen van de omstandigheden.


DOWNLOADS

Brochure ‘Wie wat Mission kids’
De nieuwe brochure over wat een mission kid is.
brochuremk.jpg

 

 

 

 

 

 

Brochure Basisschool ‘Een Nederlandse leerling uit het buitenland’
MK-Nederl-Leerl-uit-buitenland

 

 

 

 

 

 

Brochure ‘WEC en Mission Kids

 

 

 

 

 

 

 

Focus op MK’s Nov. ’17